Zorgcentrum of hondenbegraafplaats?

Printvriendelijke versie

Het komt regelmatig voor dat iemand een erfenis krijgt, terwijl daar een bijzondere bepaling aan wordt verbonden. Een goed voorbeeld zijn de testamenten van bezorgde dierenliefhebbers, die zeker willen zijn dat hun oogappel goed wordt verzorgd na hun overlijden. Het vastleggen in het testament van een geldbedrag voor het dierenpension, onder de verplichting dat voor de hond van de overledene wordt gezorgd, is in die gevallen vaak een hele geruststelling.

Het opnemen van een dergelijke verplichting, ook wel last genoemd, lijkt het ei van Columbus. Want stel dat het pension de hond niet verzorgt maar wel het bedrag aanneemt, dan kan via de rechter bepaald worden dat het pension de erfenis niet mag houden. Toch komt het vaak voor dat de last niet meer uitvoerbaar is en dan moet de rechter er ook aan te pas komen, maar dan om te beoordelen of de erfenis toch behouden kan worden.

Onlangs moest de Rechtbank Midden-Nederland over een wel zeer bijzonder geval oordelen. De overledene had in haar testament een stichting opgericht om projecten te financieren voor zorginstellingen en mensen met een beperking. Ook haar huis moest aan een naburig zorgcentrum ter beschikking gesteld worden. De last die zij oplegde was, dat het gedeelte van haar tuin waar maar liefst negen honden begraven lagen, onaangetast moest blijven bestaan. Nu de zorginstelling het huis niet kan gebruiken en wil verkopen schat de rechter in dat het meer op zal brengen als de hondenbegraafplaats kan worden geruimd. De stichting zal dan meer liquide middelen krijgen om te besteden aan projecten in de zorg. Na die afweging bepaalt de rechter dat de last van instandhouding van de hondenbegraafplaats mag worden opgeheven, terwijl de stichting het huis mag behouden.

Heeft u een last in uw huidige testament staan? En wilt u voorkomen dat uw erfgenamen na uw overlijden naar de rechter moeten? Wij nemen de huidige formulering graag met u door. Maak gerust eens een afspraak op ons kantoor.

Bron: Notamail 26 mei 2017, nummer 127.